Ik zit op het terras in de zon met mijn eerste kopje koffie en kijk uit over de tuin, Japanse esdoorns, de steentjesvijver en de hoge bamboe die heen en weer wapperen in de wind. Langs de vaart zo’n 500 meter van mijn huis razen de motoren voorbij.

Ik zit op het terras in de zon met mijn eerste kopje koffie en kijk uit over de tuin, Japanse esdoorns, de steentjesvijver en de hoge bamboe die heen en weer wapperen in de wind. Langs de vaart zo’n 500 meter van mijn huis razen de motoren voorbij. Toen ik gisteravond van Groningen naar huis reed – ik was naar een feestelijke bijeenkomst geweest van de schrijversvakschool – en Assen passeerde, stonden op de velden rechts van de snelweg tal van tenten, caravans en campers, luifels en partytenten en mensen, mensen, mensen, praten en lachen en rook steeg op van de vele barbecuevuurtjes. De avond was nog warm. Kennelijk is het TT dit weekend.

In de blauweregen die langs de gevel en net boven het raam van de schrijf-therapiekamer hangt, zit een merelnest. Vanaf deze plek in mijn stoel hangt het verscholen tussen de bladeren. Als ik binnen aan mijn schrijftafel zit, die vlak achter het raam staat, kan ik zo in het nest kijken. Ik zag de opbouw, de moedermerel die daar weken zat en alleen haar nest verliet voor een kort maaltje. Nooit stoorde ze zich aan mijn aanwezigheid, of ik nu binnen zat of hier buiten was. Dan vloog ze uit het nest omlaag en landde vlak voor mijn voeten, nam een paar hipjes over het terras om dan op te vliegen en even later met een lage vlucht naar het nest terug te keren.
Nu vliegen vader en moeder af en aan, in hun snavels insecten en kleine wormpjes die ze uit het gras halen aan de andere kant van het huis. Ik zag ze vanuit mijn slaapkamer daar vaak rondhippen. Ik hoor de kleintjes tsjilpen telkens als er nieuw voedsel komt. En staand in de kamer zag ik de bekjes opengaan, hun snaveltjes wijd en de moeder of vadervogel verdeelde het voer zo eerlijk mogelijk over al die snaveltjes.

Plots hoor ik het razen weer van de motoren, vreemd dat je daar dan zo aan went dat het je niet meer opvalt, het geraas een onderdeel is geworden van het achtergrondgeluid, tot één motorrijder er met zijn geluid ver bovenuit knalt.

Het was een mooie bijeenkomst gisteravond. Pauline Durlacher, oprichter en jarenlang directeur van de schrijversvakschool nam afscheid van haar directeurschap. Ik was te vroeg, viel midden in een samenzijn van de docenten en medewerkers. Lange tafels met halflege en lege wijnglazen, lege borden, schalen met hapjes die waren overgebleven en vóór de groep stond Pauline midden in haar afscheidstoespraak. Wat doet ze dat goed.

De bijeenkomst voor studenten, elk jaar bij de afronding van het studiejaar, vond plaats in een andere zaal. Ook hier volop drank en hapjes. Ik ken er weinig mensen, volgde alleen schrijverstechnieken A en B online en zit nu in een groepje schrijvers die aan een boek werken en begeleid worden door Pauline. Twee van mijn maatjes uit die groep waren er ook en enkele docenten van wie ik les had. Korte gesprekken, hoofdknikjes, glimlachjes, het officiële gedeelte begon.

We zaten op houten banken die als een tribune in de zaal omhoog liepen. Pauline opende met haar toespraak, ik herinner me vooral haar stem, helder en stevig, haar gebaren, soepel en zo markant, haar glimlach en blik, haar bedankjes. Ze nam afscheid door het logo van de school dat op een groot bord bij haar voeten stond om te draaien en aan Vincent, de nieuwe directeur, een ingepakt bord te overhandigen: het nieuwe logo van de school gaat het oude vervangen.

De website is nog niet veranderd, ik checkte deze vanochtend een zwart-wit foto van vooral veel mannen met elkaar in gesprek, gebogen over werk. domineert. Maar gister waren er vooral vrouwen, het waren ook vooral vrouwen die voorlazen uit eigen werk, proza, poëzie. Iedereen werd aangekondigd door Vincent en de maximale tijd was 3 minuten. In de pauze vertrok ik. Nog een laatste woord met Pauline, een omhelzing…

Geplaatst op - lees tijd 3 minutes, 14 seconds.