Lichaamsgerichte therapie betrekt het lichamelijk aspect in de therapeutische benadering. Adem, houding, spanning, gronding, het zijn belangrijke aspecten die samen met de cognitieve benadering aandacht krijgen.

Lichaam en Geest

Wilhelm Reich is de eerste die de relatie tussen Psyche en Lichamelijkheid heeft aangetoond. Hij bevestigde daarmee wat Freud vermoedde. Hij zag in het lichaam patronen – hij noemde ze pantsers – die de levensenergie gevangen houden. En hij ontdekte de relatie tussen gedragspatronen, problematiek en lichamelijkheid.

Hij zag in het lichaam patronen – hij noemde ze pantsers – die de levensenergie gevangen houden.

Onze gedachten, onze beelden en aannames over onszelf, verdriet, angst en woede, dat alles is in ons lichaam aanwezig. Het ligt opgeslagen in verstijfde spieren, in huid, bind- en botweefsel, in onze cellen en blokkeert de levensenergie.

Geblokkeerde levensenergie

Levensenergie raakt geblokkeerd als we de ervaringen die we hebben niet kunnen verwerken. Als bijvoorbeeld onze ouders vonden dat we niet moest huilen, of als we de kamer uit werden gestuurd als we boos werden, dan gaan we die emoties onderdrukken door onze spieren en onze ademhaling. De emotie zelf en de energie die met die emotie gepaard gaat, wordt daardoor geblokkeerd en blijft als een soort van knoop achter in ons lichaam. In de manier waarop levensenergie geblokkeerd raakt, zijn patronen te onderscheiden.

Lichaamsstructuren

Deze patronen zijn zichtbaar in het lichaam. Ze komen niet alleen overeen met specifieke gedragspatronen. Ze zeggen ook iets over het moment van ontstaan. De ontwikkeling van de patronen vinden plaats gedurende de eerste 5 jaren in de kindertijd. Dan moeten we alles nog leren. In deze periode ontstaat er een soort van blauwdruk in onze psyche en in ons lichaam.


soekja-img-5663-tmb-350-nc

Onverwerkte ervaringen laten dus patronen achter in het lichaam. Er ontstaat een programma, een blauwdruk van een specifieke structuur en elke volgende ervaring wordt binnen dat al ontwikkelde programma opgeslagen en ingekaderd.


We kunnen in deze periode verschillende ontwikkelingsfasen onderscheiden en als er in een van deze fasen specifieke tekortkomingen zijn, dan wordt dat zichtbaar in de lichaamsstructuur. Op deze manier weten lichaamsgericht werkende therapeuten vrij snel of er ergens in de kindertijd iets groots heeft plaatsgevonden dat niet verwerkt is.

Onverwerkte ervaringen laten dus patronen achter in het lichaam. Er ontstaat een programma, een blauwdruk van een specifieke structuur en elke volgende ervaring wordt binnen dat al ontwikkelde programma opgeslagen en ingekaderd. De structuren die op deze manier ontstaan worden ook wel overlevingsstrategieën genoemd en ze komen overeen met de verschillende karakterstructuren die in de lichaamsgerichte therapie worden onderscheiden.

Stress en angst

Psychische problematiek is vaak direct gerelateerd aan gevoelens van angst, onveiligheid, agitatie. Aan het idee inspanning te moeten verrichten om het goede te doen, het gevoel dat er iets niet deugt en dat daaraan moet worden gewerkt. Met name onzekere tijden, zoals nu, waarin veel wat was niet meer is en waar wat nog moet komen niet helder is, tijden waarin de cultuur een transitie doormaakt, versterken gevoelens van onveiligheid en onzekerheid. Stress en angst zijn toestanden van het autonome zenuwstelsel en hebben een gecombineerde benadering van lichaamsgericht en cognitief werk nodig om tot rust te komen.

Werken met het lichaam

Dat wat we niet hebben kunnen verwerken is dus aanwezig in ons hele wezen, in psyche en lichaam. En in het werken met deze ervaringen gebruiken we onze cognities en de informatie die direct in ons lichaam is opgeslagen.
Meer nog dan ons cognitieve weten kan het lichaam ons informeren over onze gemoedstoestanden, over onze pijn en lijden, vreugde, hoop en verlangen. Dan moeten we wel weten hoe we toegang kunnen krijgen tot die informatie.


ohappens-img-5218-tmb-1400

Meer nog dan ons cognitieve weten kan het lichaam ons informeren over onze gemoedstoestanden.


We maken contact met ons lichaam door er met onze aandacht naar toe te gaan. De eerste aanleiding is vaak een gevoel van spanning, pijn, verdriet of woede. Daar is geblokkeerde energie en is een knoop aanwezig. We kunnen wel vaak lokaliseren waar we dat gevoel ervaren. We gaan onze aandacht erop richten en kunnen vervolgens ademen in die plek. Onze neiging is om die plekken te vermijden. Maar dan komen we er natuurlijk niet mee in contact en blijft wat er is aanwezig en ons last bezorgen. We kunnen het lichaam ook kennen door het te 'lezen'. In houding vorm en structuur kunnen we zien waar de levensenergie niet meer doorstroomt.

We maken contact met ons lichaam door er met onze aandacht naar toe te gaan. Daar is geblokkeerde energie en is een knoop aanwezig.

Als we met deze knopen gaan werken, door contact te maken met het lichaam en door onze cognities te gebruiken om te ontdekken waar deze knoop mee te maken heeft, wordt duidelijk wat eraan de hand is en vindt er letterlijk een ontknoping plaats. De gebonden energie gaat weer stromen en we worden vrijer in ons zijn.

Oefeningen met gronding en ademhaling kunnen hier ondersteuning bieden.
Lees meer: Het proces van zelfregulatie

In mijn boek 'Leven in beweging' vind je meer informatie over lichaamsgerichte therapie en de karakterstructuren.